Opstookprotocol vloerverwarming

Een opstookprotocol voor vloerverwarming gaat uit van de watertemperatuur van de verwarmingsinstallatie en niet van een eventuele thermostaattemperatuur in de betreffende ruimte (woonkamer thermostaat). Het is verstandig om het proces voort te zetten tot het water een temperatuur heeft bereikt van ten hoogste 40 °C/ 45°C . Algemeen geldt dat het water niet warmer dan maximaal 40 °C mag worden.

Installatiebedrijven geven nogal eens 55 °C als maximum temperatuur aan. Dit levert echter een aanzienlijk verhoogd risico op scheuren en op onthechting op.

Nieuw gestorte dekvloer:

Ook is het van belang dat de dekvloer ongeveer op eindsterkte is. Dit maakt dat cementgebonden dekvloeren bij voorkeur niet binnen 28 dagen worden opgewarmd. Voor calciumsulfaat gebonden dekvloeren kan dit desnoods, afhankelijk van de mortelkwaliteit, wel iets eerder gebeuren. Calciumsulfaat heeft namelijk een hogere interne buig treksterkte.

Opstookprotocol ingeslepen vloerverwarming:

Wanneer de dekvloer is uitgehard of bestaand is (renovatie) en de vloerenlijm/ voegmateriaal en egaline is uitgehard, dan geldt het volgende opstookprotocol:

De vloerverwarming installatie functioneert alleen bij warmtevraag van de kamerthermostaat.

– Start met een watertemperatuur die 5 °C hoger is dan de omgevingstemperatuur van de betreffende ruimte. De watertemperatuur moet worden afgelezen op de verwarmingsinstallatie.

Stop de stekker in het stopcontact en verhoog de temperatuur met de thermostaat kraan (rood omcirkeld)

 

 

 

 

 

 

 

 

– Verhoog de watertemperatuur iedere 72 uur met 5 °C, net zolang tot de praktisch maximale watertemperatuur van 40 °C is bereikt.

– Houd de maximum watertemperatuur minimaal 24 uur stabiel op 40 °C. Stel daarna de temperatuur in op de gewenste vloertemperatuur.

Bij een nieuw gestorte dekvloer:

– Verlaag daarna de watertemperatuur iedere 24 uur met 5 °C, net zolang tot de starttemperatuur weer is bereikt.

Steeds vaker komt het voor dat een vloerverwarmingssysteem ook kan koelen. Bij een dergelijk systeem is het belangrijk (zeker ’s zomers bij hoge temperaturen) dat de afkoelcyclus wordt doorgezet totdat de minimale temperatuur op de verwarmings- en koelunit 15 °C bedraagt.

– Wanneer er voldoende tijd beschikbare is, herhaal deze cyclus dan meerdere malen.

Wanneer de vloerverwarming installatie tijdens onze werkzaamheden niet kon worden aangesloten op de cv installatie kan het retour ventiel nog dicht staan. Deze kun je zelf openen door de zilver kleurige dop eraf te draaien. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onder deze dop kun je het inbus ventiel open draaien, zodat de vloerverwarming verdeler open staat voor de cv- installatie.

 

Als er nog vragen zijn neem dan even contact met ons op.